Astma-COPD.nl

Alles over Astma & COPD

Astma-COPD.nl

Werking van de longen

De werking van de menselijke longen

De menselijke longen zien eruit als een sponzige op zijn kop hangende boom. De stam is de luchtpijp; een holle buis van ongeveer 12 centimeter lengte en 2,5 centimeter doorsnede. De luchtpijp splitst in twee kleine takken die we de bronchiën noemen. De bronchiën splitsen zich weer in kleinere takjes.

Werking van de longenDe kleinste takken noemen we de longblaasjes of alveoli. De uiteinden van deze longblaasjes bestaan uit een aantal kleine ‘zakjes’ met cellen.

De longblaasjes zijn de bladeren van de longen. Het zijn uiterst kleine en tere membraampjes waar de gasuitwisseling met het bloed plaatsvindt. De longen bevatten ongeveer 3 miljoen van deze longblaasjes. Deze blaasjes zorgen voor een oppervlakte van naar schatting tussen de 70 en 100 m2. Elk longblaasje is omgeven door kleine adertjes, capillairen genaamd.

De longen worden aan alle kanten beschermd door de ribben. Aan de onderkant van onze longen bevindt zich het middenrif. Het middenrif is een platte, uiterst krachtige spier. wanneer je inademt gaat het middenrif (diafragma) naar beneden waardoor de druk in de longen (borstholte) afneemt en het volume toe neemt, hierdoor stroomt de lucht de longen in. Bij het uitademen gaat het middenrif omhoog waardoor het volume van de longen afneemt en de druk in de longen toeneemt, hierdoor stroomt de lucht de longen weer uit.

De longblaasjes zijn erg elastisch waardoor zij kunnen uitzetten en samentrekken bij respectievelijk uitademen of inademen. Dit samenspel van middenrif, borstkas en longblaasjes is een menselijke reflex waardoor het ademhalen een automatisme is geworden. Een volwassene ademt ongeveer 12 tot 20 keer per minuut.

Longvolume

Onze longen hebben een inhoud van 5 tot 7 liter. Als we in rust zijn ademen we slechts een klein gedeelte van de totale inhoud in en uit. We noemen dit het ademvolume. Deze hoeveelheid lucht is voldoende als we bijvoorbeeld rustig in een stoel een boek aan het lezen zijn. Iemand die aan het hardlopen is, zal niet voldoende aan deze hoeveelheid lucht hebben.

De lucht die we maximaal kunnen opnemen bij een diepe inademing noemen we de vitale capaciteit. De hoeveelheid van deze vitale capaciteit is van persoon tot persoon verschillend. Zaken als gewicht, conditie en roken zijn van invloed op de hoeveelheid lucht die we bij een diepe inademing kunnen opnemen.

Iemand die rookt en een slechte lichamelijke conditie heeft kan bij een diepe inademing bijvoorbeeld slechts 2,5 liter lucht ademen, terwijl een goed getrainde atleet 6 liter kan inademen.
Hoe sterk je ook uitademt, je kunt nooit de hele longinhoud uitademen. Er blijft altijd nog ongeveer 1,2 liter lucht in de longen achter. Dit noemen we het luchtresidu.

Niet alle lucht die we tijdens een diepe ademhaling inademen komt in de longen terecht. Een gedeelte blijft achter in de luchtpijp, keel en neus en wordt weer uitgeademd zonder ooit in de longen te zijn geweest. De genoemde gebieden waar de lucht achterblijft noemen we ‘dode ruimten’.

Gasuitwisseling (zuurstof en kooldioxide) in de longen

werking longenDe lucht die we inademen bestaat uit een mengsel van ongeveer 78% stikstof (N2), 21% zuurstof (O2), 0,03% kooldioxide (CO2) en een kleine hoeveelheid restgassen. Stikstof is een inactief gas (inert gas) en heeft nagenoeg geen invloed op de ademhaling. Het heeft wel als nadeel dat het vergiftigend kan werken.

Zuurstof en kooldioxide worden bij de ademhaling daadwerkelijk gebruikt. De lucht die we inademen bevat 21% zuurstof en 0,03% kooldioxide, maar de lucht die we uitademen bevat 16% zuurstof en 5,6% kooldioxide. Ons lichaam verbruikt dus ongeveer 5% zuurstof van de lucht die we inademen en scheidt 5,5% kooldioxide af.

Bij het verbruiken van de zuurstof wordt dus kooldioxide aangemaakt. Zodra het gehalte kooldioxide in de longblaasjes een bepaalde grens bereikt, wordt er een zenuwprikkel aan het ademhalingscentrum in de hersenen gegeven. Hierop krijgen middenrif en spieren in de borstkas het sein om samen te trekken en ademen we in.

Door het inademen neemt de hoeveelheid kooldioxide in de longblaasjes weer af. De ademhalingsprikkel verdwijnt en we ademen weer uit. Zodra het koolstofgehalte weer toeneemt, krijgen we weer een inadem-prikkel.

Onder andere door roken kan er een beschadiging van de longen ontstaan. Lees hier meer over astma en hier over COPD.